Dierenleven/Honden

We bezitten al jaren 2 totaal verschillende rassen namelijk de Australian Cattledog en de Grote Poedel. Met onze honden word niet (meer) gefokt.

 
DE POEDEL

De poedel kent men in 4 variëteiten: – toypoedel, dwergpoedel, middenslagpoedel en de grote poedel. Ook kent men ze in verschillende kleuren: zwart, wit, abrikoos, grijs, bruin en harlekijn (deze kleur is nog niet officieel erkend in Nederland).
De poedel is van oudsher een jachthond, die gebruikt werd voor het apporteren van waterwild.
Tegenwoordig zie je nog bij veel poedels de jachtpassie en werkdrift.
Jammer genoeg staat de poedel ook bekend als het “truttige schoothondje”, maar niets is minder waar. Het zijn intelligente, sportieve, speelse, (tot op hoge leeftijd) vrolijke honden die genieten van aktie!
De poedel word voor vele doeleinden gebruikt: sporthond, gezelschapshond, geleidehond en hulphond.
De poedel heeft een bewerkelijke vacht, die regelmatig goed geborsteld moet worden. Ook moet de poedel minimaal 1 keer in de 2 maanden naar een trimsalon om geknipt te worden.
De poedel heeft een zeer fijn karakter, mits goed opgevoed, want ook een poedel kan een tiran worden!
De poedel is een zeer veelzijdige hond.

Meer informatie over dit leuke, schrandere ras is te vinden op: www.nederlandsepoedelclub.nl
 

Bennie en Monique met de honden Bantu, Dinka, Floyd en Didge

Het spreekwoord “bezint, eer ge begint” geldt zeer zeker voor de ACD. Het is geen hond voor beginners, en men moet redelijk vast in de schoenen staan om van deze harde werker een heerlijk maatje te maken. Maar heb je zijn vertrouwen gewonnen, dan gaat de ACD voor je door het vuur.
Een ACD mag nooit of te nimmer met harde hand worden opgevoed en begeleid.
WEDERZIJDS RESPECT zijn de sleutelwoorden!!
Meer informatie over dit zeer sterke en werkwillige ras kunt u vinden op: https://cattledogvn.nl/Home/
DE AUSTRALIAN CATTLEDOG

De Australian Cattledog (ACD) is een echte werkhond. Het is een sobere, harde hond, die barst van de energie en zelfvertrouwen. Dit zelfvertrouwen hebben ze ook nodig als men kijkt waar de ACD oorspronkelijk voor gefokt is: het bijeen drijven en houden van enorme kuddes vee. Als ze niet door willen lopen (of dwars zijn)  bijt de ACD in de hakken (“heelen”), en om van achter naar voren te komen van de kudde, gaan ze over de ruggen van het vee heen.
In Nederland worden ze weinig gebruikt voor het veedrijven, maar zie je ze meer in de verschillende hondensporten.
Men moet de ACD wat “te doen” geven anders gaat hij zich vervelen, en kan het een vreselijk tiran worden!